De drie schakels van een valbeveiligingssysteem
Persoonlijke valbeveiliging werkt alleen als alle drie de onderdelen kloppen. Het harnas volgens EN 361 verdeelt de krachten over je lichaam en heeft een D-ring op de rug of borst. Het verbindingsmiddel vangt de val op: een lijn met valdemper volgens EN 355 of een meelopend valblok volgens EN 360 dat je beweging volgt en vergrendelt bij een val. Het verankeringspunt volgens EN 795 moet de krachten kunnen dragen; een leidingbeugel of dakrand is dat zelden.
Bereken altijd de vrije valruimte: de lengte van de lijn, plus de uitrekking van de valdemper, plus je eigen lichaamslengte en een veiligheidsmarge. Is die ruimte er niet, kies dan voor een systeem dat de val voorkomt in plaats van opvangt.
Keuring en reddingsplan
Valbeveiliging moet minstens jaarlijks worden gekeurd door een deskundig persoon, met een registratie daarvan. Daarnaast controleer je de uitrusting zelf voor elk gebruik op schade, corrosie en leesbare labels. Denk ook na over wat er ná een val gebeurt: wie in een harnas blijft hangen, loopt binnen korte tijd risico op hangtrauma, dus zorg dat er een reddingsplan en de middelen daarvoor aanwezig zijn.