Het juiste niveau kiezen
Snijniveaus lopen van A (licht) tot F (zeer hoog) volgens de ISO 13997-test. Voor magazijn- en montagewerk volstaat meestal B; voor plaatwerk, glas en messen kies je C of D; en voor metaalbewerking of vleesverwerking E of F. Het hoogste niveau is niet automatisch het beste: hoe hoger, hoe dikker en stijver de handschoen, en een handschoen die uitgaat beschermt niets.
Snijbestendig is niet steekbestendig
Een snijbestendige handschoen houdt stand tegen een mes dat over het materiaal glijdt, maar stopt geen rechte steekbeweging; daarvoor bestaan aparte maliënkolder-handschoenen. Werk je met zwaar materiaal, combineer dan met anti-impactbescherming, en gebruik een veiligheidsmes bij het uitpakken van dozen.
Wat betekenen de codes in de productnaam?
Bij veel Portwest-modellen staat een combinatie als C15 of F13 in de naam. De letter is het snijniveau volgens EN 388, het getal is de gauge: de fijnheid van het breisel. Hoe hoger de gauge, hoe dunner en soepeler de handschoen. Een model met C18 of C21 voelt daardoor nauwelijks dikker aan dan een gewone werkhandschoen, terwijl een 13-gauge handschoen steviger is en meer slijtage verdraagt. Meer over de opbouw van de norm lees je bij EN 388.
PU, nitril of leer: welke handpalm past bij je werk?
De coating bepaalt grip en draagcomfort. Een PU-coating is dun en geschikt voor droog, precies werk zoals montage. Nitril geeft betere grip op olieachtige onderdelen en is slijtvaster. Een leren handpalm is robuust en past bij zwaar materiaal en ruwe oppervlakken. Werk je met vloeistoffen, kies dan een volledig gecoat of vloeistofdicht model. Vervang snijbestendige handschoenen zodra het breisel beschadigd is of de coating loslaat: een gat of rafel verlaagt de bescherming direct, ook als de rest van de handschoen er nog goed uitziet.
Zoek je vooral grip zonder snijrisico, kijk dan bij handschoenen met grip of algemene werkhandschoenen. Een overzicht van alle normen voor handbescherming vind je op alles over PBM's.